periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
16-11-1926
VG-pagina:
699
Na de avondmaaltijd, in de hoeven, Wenscht 't volk goenacht, en op den deel Stapt het met zware trage kloeven ...
verder lezen
periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
SdT 1928
VG-pagina:
720
Dat ik zou kùnnen dulden, schiept Gij mij taai en sterk, God, die mijn jeugd vervulde Dat ik zou kùnnen ...
verder lezen
periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
VG-pagina:
738
De wereld zonk, de dorpen en de steden, Kleurige vlekken, werden weggewischt. De wereld zonk, een glinstring in den mist, ...
verder lezen
periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
10-7-1926
VG-pagina:
754
Clamans voce magna. Gij roept, maar wie durft U te roepen, O Majesteit aan 't barre kruis? Ik sta te ...
verder lezen
periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
11-7-1926
VG-pagina:
700
Ik licht en kwijn, en duister Wordt mijn geduldig hart. Om u is alles luister, Om mij is alles zwart ...
verder lezen
periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
29-5-1926
VG-pagina:
722
De rogge schoot in de aar, En heel het veld ging wuiven. Nog enkle dagen maar En alles stond te ...
verder lezen
periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
VG-pagina:
739
Mijn handen wachten op de snaren Tot al Gods rillingen bereid, In hoop dat Hij mij wil doorvaren Als een ...
verder lezen
periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
6-12-1928
VG-pagina:
756
Hun stemmen waren bits geweest Tegen den vreemden vreemdeling. Nu schreden zij met stiller geest Nevens hem door de schemering ...
verder lezen
periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
14-11-1926
VG-pagina:
701
In een tang werd ik gehecht, In een knettrend vuur gelegd. Om mij naar Zijn wil te vormen Laat Hij ...
verder lezen
periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
25-10-1926
VG-pagina:
723
Miraculum coeli Wat van het edel kruid In hevigheid ontloken, Nu gij uw tocht besluit, Tot afscheidsgift gebroken? En van ...
verder lezen
periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
8-10-2-1928
VG-pagina:
740
Onze stugge wil ketst af vaders gezag. Als een klimroos hangt moeders mildheid over. Een blik voor ons alleen, een ...
verder lezen
periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
8-4-1927
VG-pagina:
757
Licht huift om hen de blauwe kolk Des hemels, dien de Heer doortrekt. Toen heeft Hij troostend met een wolk ...
verder lezen
periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
14-11-1926
VG-pagina:
702
Semper idem. Blank van flanken, altijd even Zuiver-wit en stralend-naakt, Zijt gij streng en stil gebleven, 't Zij de hemel ...
verder lezen
periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
25-11-1926
VG-pagina:
725
God liet mij kiemen en 'k bezweek En priemde tot het licht, en streek Mijn leven open en bevond: Mijn ...
verder lezen
periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
VG-pagina:
741
Hij zag vervaard de vreemde schemeringen, Het waaien dat de schaduws wakker maakt Om schomlende lantarens, en het naakt Glanzen ...
verder lezen
periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
11-4-1927
VG-pagina:
758
O Geest, toen Gij ternederkwaamt En voor hun oog gestalte naamt, Doorzonk de hemel ademloos Een stille witte vlammenhoos. Boven ...
verder lezen
periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
1-11-1926
VG-pagina:
703
Van Uwe ruimte een luttel deel, Omvlochten met gevonden hooi, En sierlijk in zijn simple tooi, Werd tot een nest ...
verder lezen
periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
30-5-1926
VG-pagina:
726
Door de gekierde blinden Drijft met het luwtje zoet De geur der goede linden, Die dringt in ziel en bloed ...
verder lezen
periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
OW 1925
VG-pagina:
742
Zij zag het heerschen van de stilte groot Temidden van de duizend gouden schilden Die duizend soldenieren blinkend tilden En ...
verder lezen
periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
2-8-1928
VG-pagina:
759
De witte sterren breken Door duisternis en wind. Ergens begint een kind Zijn nachtgebed te smeeken, Zijn oogen dicht, en ...
verder lezen
periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
24-10-1926
VG-pagina:
704
Vrijbuiter, die op 't wad gewiegd Tot wild genot uw heil ontvliegti. Hoog opgespat verblindend schuimt Sneeuwvlok, wegdwarlend in het ...
verder lezen
periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
21-3-1926
VG-pagina:
727
Hoe roept Gij uit mijn dorheid en dommlende ouderdom De ranken vol van leven de drift der jeugd weerom? Bekapt, ...
verder lezen
periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
SdT 1928
VG-pagina:
743
Hij boog zich en rees moede weder, En dacht: God is een wreker heet. En langs zijn natte haren kleed ...
verder lezen
periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
20-5-1926
VG-pagina:
760
Zult Gij niet, nu de duisternis begint Als moeder met een kaars zijn bij een kind? Haar schaduw valt stil ...
verder lezen
periode bundel:
(1924-1928)
geschreven op:
28-6-1928
VG-pagina:
705
In glans van iriseerend blauw Dook uit het lentegroen de pauw. Toen hij mijn dwingende aandacht zag, Heesch hij zijn ...
verder lezen