Categorie: Nalezing I
Ik houd van niets zooveel dan van uw handen
Ik min u heel en al: uw mond, uw haar, Uw oor, een kleine schelp met roze randen; Uw oogen, als een avondlucht zoo klaar, Maar meer nog houd ik van uw blanke handen. Uw handen zijn zoo zacht en
Wandeling
Voor Reind Weet je nog dien winderigen morgen? We gingen over den groenenden dijk. De wind woei mijn hoofd vrij van zorgen. Voor de zon namen al de wolken de wijk. De wind deed bruine en witte zeilen zwellen De
Stil dorp
De molen heft zijn armen stil In de blauwe zonnige najaarslucht En laat ze vallen met een zucht, Als een moe man, tegen zijn wil. De huizen slapen, het gordijn Is neergelaten voor elk raam Alleen met den blinkenden koopren