Egyptische grafschildering Gij, die in het licht zijt, kunt u Kiezen, wat gij wenscht en wilt, Want de gunst van God vergunt u Een begeeren ongestild. Maar in mij is alles eenzaam, Want in deze hooge nacht, Waardoor blauwe bliksems
Categorie: Spiegelbeelden
Operatie
Voorzichtig, zooals men een kostbaar boek Opent, was de verdoofde (laag na lagen Werd omgevouwen, critisch gageslagen) Opengelegd voor het laatst onderzoek. En in hem blikten dwaze en wetende oogen, En zagen wij hij zelf wist noch vermoedde: Hoe wonderlijk
De orgelman
Hij droeg een zwartfluweelen flodderbroek, Wijd openstaand een lichtbont boezeroen, Op zijn goudbruine borst in donkergroen Een tatouëering, een bontzijden doek Slingerde losjes om zijn hals; zijn gaaf Gebrand gezicht hief als een kroon het zwaar- Geonduleerd, het mat geelgouden
De inbreker
‘k Hoor in de tuin door ’t dorre loof een sluipen Voor ’t open venster staat iemand te gluipen. Even een lichtflits, en een jongeman Wipt binnen, maar daar schrik ik niet erg van. ‘k Zie in zijn vage rechterhand
Slaapsteê
Gij waant dat ge in een voddenkelder komt, Waar dingen, die zelfs op de vlooienmarkte Geen waarde hebben, werden saamgeharkt En walmende verrotten en verstomt. Hier staart een oog u aan, een blauw juwewel, Dat, in een bloedigrooden rand
Landelijke zaterdagavond
Alles is vrij, de dingen zijn gaan slapen. Werktuigen, van het zweet der handen nat, Zijn eindelijk weer drooggepoetst en glad. En menschen rekken zich lui uit en gapen. De jongens zwemmen naakt en zonverbrand. De moeders zitten breiend langs
De veroordeelde
Ik zit in een subliem vertrek,Geraffineerd verzorgd, alleen.Mijn ruwe stoppelbaard verdweenEn uitgeschoren is mijn nek. ‘k Had een diner met koffie na,Uitstekend was de cigaret.Maar toch iets bitters heeft de pretNu ‘k spoedig uit dit leven ga. Het nieuwe hemd
Apollon archaïque
Louvre Het rood granietblok stond hoog opgericht In ’t midden van de heete binnenplaats. En in den steen, als in een droomgezicht, Verscheen de jonge scherpte eens gelaats, Dat onverbidlijk zich zijn blik toewendde. Het gladde strakke lichaam scheen bereid
Egyptisch jongensportret
2e eeuw na Christus Hij was een jonge aristocraat. Onder zwaar zwarte wenkbrauwbogen Glansden zijn ronde zwarte oogen In het stille bruin van zijn gelaat. Daarboven: zijn zwart gewagggeld haar Uitloopend in geschaduwd blauwen ’t Voorhoofd versmallend en als flauwe
Egyptisch damesportret
2e eeuw na Christus Is zij de moeder of een oudre zuster Van den jonge die dik en goedig is? Zij is veel spitser en zelfbewuster; Niet dat ze afwerend of hoogmoedig is, Want in haar smal en fraai ovaal