Aan uwen sterken muur gestut, Voor allen guren tocht beschut, O God, laat dragen In zuivre lucht, Mijn eedle vrucht, Naar uw behagen. Gij, die de winden hebt geluwd, Uw zoetheid in mijn vrucht gestuwd, Warm gouden zeemen, Zoodat de
Categorie: De overgave
Maria-liederen – I Verkondiging
Groetend wuifde de engel met zijn handen, En het was, of eensklaps wijde landen Open lagen voor haar kinderblik. En in ’t milde hemeldiepe zwijgen Hoorde zij beklemd haar eigen hijgen, En zij aarzelde een oogenblik. O, ze durfde nauwelijks
Maria-liederen – II Geboorte
Toen het kleine kindje was geboren, Bleef er in het hart van zijn verkoren Moeder slechts een moeheid, en ze leed. En ze lachte smartlijk, toen zij even Weer terugdacht aan het eerste beven Van zijn leven in haar, en
Maria-liederen – III De vlucht
Wáár ze kwamen langs de smalle wegen, Lachten hen de jonge kindren tegen, En ze bedelden om lachjes van háár kind. En de vrouwen lazen in zijn handen, Of zich lang de levenslijnen spanden, En of hij gehaat zou wezen
Maria-liederen – IV Het stille leven
Ach, zij kon het vragen alle dagen Van ’t ontwaakt verlangen niet verdragen En zij was verdrietig en verbood. Want zij wilde zijn gedachten leiden, En ze zag, hoe hij iets groots verbeidde, Wat zij zelf niet kende, en werd
Maria-liederen – V Het wonder
Neen, ze kon hem niet voor goed verlaten, En als hij door de overvolle straten Van de steden dwaalde, ging zij mee. Maar zij wilde slechts haar kind beminnen, En ze diende hem met haar vriendinnen, Zij voorkwamen zijn bevel
Maria-liederen – VI lntocht
Alles had hij voor het volk gegeven, Maar zij wilden aandeel aan zijn leven En zij voerden hem als koning om. En hij reed over hun statiekleeden. Vroeger trad hij haar deemoedigheden, En wat werd háár nietig eigendom? En zij
Maria-liederen – VII Kruisiging
Doch nú is hij eindelijk haar eigen! Na hun lasteren, in hoonend zwijgen Staan zijn beulen rond ’t gevloekte kruis. En zij staat zoo licht van hart te wachten, Want uit donkre diep verholen schachten Riep zijn liefde om móeder
Maria-liederen – VIII Pietà
Ach, nu leeft gij enkel in mijn klagen! Dóód is op mijn moeden schoot gedragen, Waaruit al der wereld heil ontsproot. Wat beteekent specerij en wade Nu geen teederheid en tranen baten! Wij bestendigen alleen den dood. O mijn zoon!
Maria-liederen – IX Verrijzenis
En hij was voor ’t weenen harer oogen Als de zon, die schitterend zijn hooge Glorie spiegelt in de morgendauw. En ze voelde haar verklaarde wezen Tot hem stijgen als de licht gerezen Dampen uit de versch geploegde gouw. En