Geen zoete slok is hier door ons gedronken, Of schielijk werd een bittre drank geschonken. Geen bete broods werd in het zout gestipt, Met zout gewreven rauw de wonden blonken.
Categorie: Omar Khayyam
Wees vroolijk, want wat baat het dat gij treurt
Wees vrolijk, want wat baat het dat gij treurt. Pluk snel uw oogenblik als ’t open geurt. Wees blij, dat hemels gunst niet eeuwig duurt, Want anders kwam er nooit voor u een beurt.
Hij zelf trad gistren in dees aardsche kroeg
Hij zelf trad gistren in dees aardsche kroeg, Hij, de vervuller van wat ieder vroeg. Hij sprak den beker langend: drink! ‘k zei: neen! Drink! Loech Hij, is mijn liefde niet genoeg?
Wat baat de wereld ons vertrek of komen?
Wat baat de wereld ons vertrek of komen? Rest iets van wijsheids roem, of lof van vromen? Wat blijft er staan van ’t steil gebergt der hoop? Stof, stof, slechts stof – stof uit stof voortgekomen.
Bestendig blijf in wisselvalligheid
Bestendig blijf in wisselvalligheid. Wees niet bedrukt voor ’t vlieden van den tijd. In een paar dagen slijt ziels kleed tot lompen. Wat geeft ’t, of gij werkt, vecht, bezoedeld zijt?
Die, wars van ’t goede, leeft van slechte streken
Die, wars van ’t goede, leeft van slechte streken, Zich achter Gods gena driest durft versteken, Hoop niet te zeker op zijn gunst, Hij zal Nooit met één maat zondaars en zuivren reeknen.