Daggang

Mijn waarde vriend, hoe ik den dag verdoe? Ziehier ’t verhaal, dor als een zakenlijst. ‘k Ontbijt als boer met brood en knoflook Nadat ik ’t lauwe water slurpte Mij door mijn lieflingsvrouw gebracht. Ik kleed mij als een achtbaar

Regendag

5/10 vroegste gedichten van Willem de Mérode Het regent; van de boomen ritslen neer De droppels in het water van de gracht. En kleine kringen komen, telkens weer; De blaadren buigen van der dropplen vracht. Het brugje glimt van water.

Kinderloos

Ik vloek de goden, want ik heb geen zonen. Mannen verheugen zich in ’t eeuwig leven Van hun geslacht en hopen weer te keeren Al is ’t na duizend of tienduizend haren In ’t manlijk lichaam eens nakomelings. De hemelheeren

Lied!

6/10 vroegste gedichten van Willem de Mérode Wij menschen, kindren van het heden, Juichen den toekomst tegemoet. Wij zien naar verre en vertreden De roos, die geurt aan onzen voet. Ach, konden we ons als kindren geven Aan zomerdag en