Kinderloos

Ik vloek de goden, want ik heb geen zonen. Mannen verheugen zich in ’t eeuwig leven Van hun geslacht en hopen weer te keeren Al is ’t na duizend of tienduizend haren In ’t manlijk lichaam eens nakomelings. De hemelheeren in het stille midden Kennen geen lust, en telen zich Lees verder…

Nuttige raad

Ja, Pieterse en Jansen waren krukken, Bezaten nog geen luis om dood te drukken, En hoor nu eens hoe ver hun namen stinken En hoor hoe lekker hun rijksdaalders klinken. Ze zijn zooveel als eerste aandeelhouwers Der Maatschapp van Mars- en Maan-bebouwers. Bisschoppen van de Kerk in ’t Firmament, Kortom, Lees verder…

Lied!

6/10 vroegste gedichten van Willem de Mérode Wij menschen, kindren van het heden, Juichen den toekomst tegemoet. Wij zien naar verre en vertreden De roos, die geurt aan onzen voet. Ach, konden we ons als kindren geven Aan zomerdag en zonneschijn. Zij, lentebloemen van het leven, Zij plukken, als er Lees verder…

Haat

De priesters hebben mij altoos gehaat Omdat ik orthodoxer ben dan zij, En geen papiergeld plak op godgezichten, Om omgekocht stom, doof en blind te zijn. Ik voeg mij naar ’t onwankelbaar beschikte. De goden heerschen en wij moeten bukken. – In ’t rommelen van vette pagebuiken Hoor ik geen Lees verder…

De gek

’t Is, of ‘k al verder van mijzelven dwaal. Ik zit in ’t middelpunt van een spiraal, Die uitzet als een wijde hoepelrok, En vastgemaakt aan een baleinestok, ‘k Word weggecirkeld, en ik lach mij krom, Ik draai vanzelven tot mijzelf weerom. En ik verwacht mijn eigen wederkomen En heb Lees verder…

Blinde harpspeler

Egyptische grafschildering Gij, die in het licht zijt, kunt u Kiezen, wat gij wenscht en wilt, Want de gunst van God vergunt u Een begeeren ongestild. Maar in mij is alles eenzaam, Want in deze hooge nacht, Waardoor blauwe bliksems heenslaan, Uitgeslingerd door de kracht Der herinnering, bloedgebonden, Wentlen geen Lees verder…

Stil zijn

7/10 vroegste gedichten van Willem de Mérode Golf heen en weder, gouden korenmeer; Versmelt u, zonnegoud, met ’t goud der aren; Zucht, zomerwind, uw zangen door de blaâren; Fladdrende vlinder, daal in bloemen neer. Huw, stilte, u aan beweging. Werk, natuur, Want werken is de gulden wet van ’t leven, Lees verder…