periode bundel:
-1926
geschreven op:
1-12-1926
VG-pagina:
670
De paarden laten draven langs de straat, Den rauwen praat van 't ruige volk te hooren, De zwaarte schatten van ...
verder lezen
periode bundel:
-1926
geschreven op:
1-12-1926
VG-pagina:
686
Ik zag 't van ver: het huis was licht, De dorschvloer dreunde van 't alarm. En 'k stond voor 't ...
verder lezen
periode bundel:
-1926
geschreven op:
VG-pagina:
671
Hoe heerlijk is het doelloos dwalen In vreemde stad, met vreemde liên, En gretig naar zich toe te halen Alles ...
verder lezen
periode bundel:
-1926
geschreven op:
VG-pagina:
687
Ik hoopte, zonder hoop: te leven ! O nieuw begin . Maar God sprak: sterf Dies heb ik mij den ...
verder lezen
periode bundel:
-1926
geschreven op:
VG-pagina:
672
Ik zei: 't geluk zal mij verfijnen ! Nu weet ik, dat de weelde moordt. Mijn oogen glanzen niet, maar ...
verder lezen
periode bundel:
-1926
geschreven op:
VG-pagina:
688
Mijn handen werden wit als 't linnen Waarop hun broze moeheid rust, Dank, God, die eindelijk der zinnen Laatste oplaai ...
verder lezen
periode bundel:
-1926
geschreven op:
VG-pagina:
673
I Toen ik nog thuis was, volgde ik 't ruischen Van 't water door het eng ravijn Om mij te ...
verder lezen
periode bundel:
-1926
geschreven op:
SdT 1927
VG-pagina:
689
O kind, dat hebt gezworven Zoo ver, om liefde en lust, En thuisbracht een bedorven Hart, hunkerend naar rust, Hier ...
verder lezen
periode bundel:
-1926
geschreven op:
VG-pagina:
674
II Hoe kwellen mij herinneringen Als helle kinderstemmen zingen Van zalig thuis en eeuw'ge vreê Ik speelde met mijn broeder ...
verder lezen
periode bundel:
-1926
geschreven op:
29-11-1926
VG-pagina:
675
Ik zie den jongen aldoor verder gaan. Ik voel hem aldoor dichter bij ons komen. Het leed is bijna van ...
verder lezen
periode bundel:
-1926
geschreven op:
30-11-1926
VG-pagina:
676
Kunt ge uw verdriet niet laten varen? Ben ik niet bij u thuis gebleven? Heb ik niet willig heel mijn ...
verder lezen
periode bundel:
-1926
geschreven op:
30-11-1926
VG-pagina:
677
O God, verlos mij van dit kruis ! Ik wil der buren spot niet dragen, Hoe schamper durfden zij te ...
verder lezen
periode bundel:
-1926
geschreven op:
VG-pagina:
678
God, aan den nood der weelde ontkomen, Temt Gij mijn leven door gebrek? Waarom ontstelt Gij mij met droomen? Hoe ...
verder lezen
periode bundel:
-1926
geschreven op:
29-11-1926
VG-pagina:
679
Gaan? om mijn moeders leed te zien? En of mijn vader ook vergrauwde? Hoe hoor ik 't slissen van den ...
verder lezen
periode bundel:
-1926
geschreven op:
VG-pagina:
680
O bitterheid van slaap en wake: Altijd te staren naar zijn keer! En huiv'ren, dat hij niet zal naken, En ...
verder lezen
periode bundel:
-1926
geschreven op:
VG-pagina:
681
Ik voel zijn ziekten en zijn zonden; Ik tuimelde mét hem in 't slijk, Want bloed blijft steeds met bloed ...
verder lezen
periode bundel:
-1926
geschreven op:
22-11-1926
VG-pagina:
682
De heide was zóó donker en zóó vocht, Of ik mijn doolpad door een zee moest banen. Het weerlicht toonde ...
verder lezen
periode bundel:
-1926
geschreven op:
28-11-1926
VG-pagina:
683
Het zuigend zand belet mijn spoed, En teistert mijn ontvelde voeten. O rouwel en iedren stap te moeten Betalen met ...
verder lezen
periode bundel:
-1926
geschreven op:
SdT 1927
VG-pagina:
684
Ik bad: Heer, laat uw dienstknecht gaan, Als Gij mijn zoon hebt weergegeven; Maar nu 'k hem zóó berooid zie ...
verder lezen
periode bundel:
-1926
geschreven op:
1-12-1926
VG-pagina:
685
'k Begeer geen broedergoed, ik kom niet nogmaals erven. Mijn honger watertandt niet naar zijn lekkernij. Vader, 'k hoopte u ...
verder lezen