Bijeenkomst

Zij zongen stijfjes: kom toch mede, makker! Een juffrouw had hen leuterend geleid. Maar ’t bracht geen warmte en geen gezelligheid. En toen getuigde een ongezonde bakker. Hij zeide met iets zalvends in zijn stem, Of hij ongare broodjes aan

Feestdisch

De feestdisch is gedekt in ’t lommer.Wanneer het windje even waait,Komen er zonnevlammen gelaaidIn het kristal, zooals de kommerTot vuur kan worden in een dof moe hoofd.De borden, de servetten en de schalen, Het witte zilver en ’t felblank der