Bijeenkomst

Zij zongen stijfjes: kom toch mede, makker!
Een juffrouw had hen leuterend geleid.
Maar ’t bracht geen warmte en geen gezelligheid.
En toen getuigde een ongezonde bakker.

Hij zeide met iets zalvends in zijn stem,
Of hij ongare broodjes aan wou smeeren:
Ik vraag niet om klandisie, dames, heren!
‘k Betrek mijn waren uit Jeruzalem.

Toen kwam het knus gefluister en gekakel:
Wat een vrijmoedigheid! ’t Is een mirakel!
Als je maar stil bent, krijg je wat je wacht!
Mijn melk, ik zweer ‘t, wil niet meer overkoken;
En mijn man zegt: hoe walglijk is het rooken,
Nu hij voor ’t venster van de vrijheid smacht.