• VG-blz.: 466
  • Geschreven op: 19.11.1922
  • Periode bundel: (1922-1923)

Eenum

Gepubliceerd door Helma op

Ets van Johan Dijkstra

Ziel heeft de hevigheid van haar verlangen
Met macht bedwongen en zeer scherp gewet.
En toen in felle en strenge lijn gezet
Het land, dat haar zoo zalig hield bevangen.

Onder ‘t geweld van wolken en van zon,
Achter de weeldrigheid van gelend koren
Rijst stoer en stomp de groezelige toren.
Ver aan den boomverhulden horizon.

De wereld ligt zoo warrelig en gril
Rondom zij vaste statie, die zich stil
En zonder wankelen aan God ging wijden.

Mijn hart heeft niets ter wereld zóó benijd
Als zijn getrouwe stoute stevigheid,
De vaste rust … maar ik moet zwoegend strijden.

Categorieën: Nalezing IV