Auteur: Helma
O, wilde God zóó onze wegen leiden
O, wilde God zoo onze wegen leiden, Dat wij op één plek rustten met ons beiden, Om ons na honderdduizend jaren weer Opnieuw te scheppen als de lenteweiden.
Die, wars van ’t goede, leeft van slechte streken
Die, wars van ’t goede, leeft van slechte streken, Zich achter Gods gena driest durft versteken, Hoop niet te zeker op zijn gunst, Hij zal Nooit met één maat zondaars en zuivren reeknen.
Bestendig blijf in wisselvalligheid
Bestendig blijf in wisselvalligheid. Wees niet bedrukt voor ’t vlieden van den tijd. In een paar dagen slijt ziels kleed tot lompen. Wat geeft ’t, of gij werkt, vecht, bezoedeld zijt?
Wat baat de wereld ons vertrek of komen?
Wat baat de wereld ons vertrek of komen? Rest iets van wijsheids roem, of lof van vromen? Wat blijft er staan van ’t steil gebergt der hoop? Stof, stof, slechts stof – stof uit stof voortgekomen.