Auteur: Helma
Ik overtrad Uw wetten achteloos
Ik overtrad Uw wetten achteloos. ‘k Deed onbekommerd wat mijn hart verkoos. ‘k Was vroolijk en de slaap kwam alle nachten. Nu ‘k rouw en Gij vergeeft, blijf ‘k slapeloos.
Nooit kwam een dronk de ziel zóó duur te staan
Nooit kwam een dronk de ziel zóó duur te staan, Als ’t water uit beminnens oceaan. O lafenis, die wreeder dorst verwekt, Totdat wij aan den dorst ten gronde gaan.
’t Hart, dat niet zwierf, kan nimmer thuis geraken
’t Hart, dat niet zwierf, kan nimmer thuis geraken. Die wereld won, kan haar alleen verzaken. Die zich verloor, hervindt zichzelf in U. Slechts zondaars kunnen Uw genade smaken.