Hij had den hamer in Zijn hand genomen. Ik zag den slag, en kromp in angstig schromen. God! sla de wanden van mijn hart niet in! Hij zei: hoe zou Ik anders binnenkomen?
Auteur: Helma
Als Gij de schelp mijns levens opensteekt
Als Gij de schelp mijns levens opensteekt, Op zoek naar schat dit broze lichaam breekt, Zie, ’t scherpe leed dat Gij liet binnendringen, Heb ik met zorg tot parel opgekweekt.
Gij zijt de Zon, en ik de regenwolk
Gij zijt de Zon, en ik de regenwolk, Licht naar Uw licht en donker voor het volk. Uw lachen laat mijn zachte glimlach glanzen. Zwart schaduw ‘k in huns harten zwarte kolk.
Bewaar mij voor den waanzin van het recht
Bewaar mij voor de waanzin van het recht, De sluwe waarheid van de letterknecht. Hij is de wilde haver op de akker, Van buiten glanzend en van binnen slecht.