’t Is goed, dat wij zoo vaak ons handen wringen, Vertwijfeld trachten tot Uw hart te dringen. Wiens stem niet brak in lust en hevig leed, Kan straks niet met de hemelingen zingen
Categorie: Kwatrijnen
Hem zijt Gij brood, die honger leed
Hem zijt Gij brood, die honger leed; Hem drank, dien dorst versmachten deed. Die naakt door werelds doornen wringen, Bedekt Gij met Uw blinkend kleed.