Wat haten wij den nuchtren witten morgen. We ontwaken met gedachte’ aan duizend zorgen. Waarom niet droomen, tot wij als een schat, In doods fluweel foudraal zijn weggeborgen?
Categorie: Kwatrijnen
O heerlijkheid der blauwe zomernacht
O heerlijkheid der blauwe zomernacht, Wanneer het warm en zacht uit ’t donker lacht. Er gaat een beven door de heele wereld, Of zij haar zaligen verlosser wacht.
Gij smaadt niet die komt vluchten tot uw hart
Gij smaadt niet die komt vluchten tot uw hart. Gij vloekt niet die door zonden wordt benard. Gij weet het, wien zijn liefde wordt genomen, Is als een bloem, door één nacht vorst verstard.
O lief, de nachtegaal zingt zijn gezang
O lief, de nachtegaal zingt zijn gezang. Hij hield mij uit den slaap veel nachten lang. Glimlachend leg uw handen op harts bonzen. Dees heerlijkheid valt elk alleen te bang
Gij weet te goed, dat ik gebonden ben
Gij weet te goed, dat ik gebonden ben; Dat ik verloren in mijn zonden ben. Al mag ik uw vergiffenis verwerven, Dit blijft: dat ‘k aan mijn ziel geschonden ben.
Zendt Gij de wereld nog geen avond toe?
Zendt Gij de wereld nog geen avond toe? Wij zijn haar langen werkdag al zoo moe. Wij zouden gaarne liefdes sabbat vieren, Als Ge ons maar zeggen wilde waar en hoe.
Over mijn oogen komt de schoons droom
Over mijn oogen komt de schoone droom; Stil zit ik onder liefdes wonderboom. God, wil geen worm van valschep haat beschikken. Laat mij gelukkig zijn, en goed, en vroom.