Ik heb zo vaak, wanneer de schemer hing Over de grachten en de hoge bomen, Dicht aan het raam gedrukt zitten te dromen, Waarlangs het lichten aarzlend nederging. De kleuren en de lijnen van elk ding Verdwenen in het wazig-witte
Tag: gedicht aanwezig
Galerij
Mijn dagboek is gelijk een galerij Van schoone grieksche goden-statuetten, Die ik in witte nissen heb doen zetten Ter weerszij van een slanke zuilenrij. En bij de deur, een faun aan iedre zij Wil, stout gehoornd, het binnentreen beletten. Maar
De eenzame
En elken dag opnieuw, bij het ontwaken, Keert hij zich droevig in zijn bedde om, Terwijl zijn handen, in nerveus gefrom, Spelen over t weggewoelde linnen laken. Hij fronselt tegen t licht dat door de blinden, Ten kier gelaten, bleek
Nu rust gij
Nu rust gij met uw armen op de kim En laat uw lach door alle boomen schijnen. Op uwen adem deinen de gordijnen En langs het koper glijdt uw licht-geglim. Zoo poost gij, en met prille perelaren En berken houdt