Bij ’t neigen van de zon verlieten we Het huis. Het pad ging langs een ouden dijk, Waar koeien lagen, en een enkel paard Kalm stappend liep te eten. Hier en daar Lag op zij af een boerenerf in rust.
Tag: gedicht aanwezig
Moeder
Moeder, ik zou mijn hoofd van zorgen zwaar nog eenmaal in uw handen willen leggen, terwijl uw stem m’een oud verhaal ging zeggen, waarvan ik de heugenis nog bewaar. Ik weet een avond, ’t is al menig jaar geleden, zoete
Tireur de l’épine
Mijn oog volgt al de lenig-weeke lijnen Van uw gestalte tot den fijnen voet Dien gij behendig van den doorn ontdoet, Opdat de wonde plek niet meer zal schrijnen Meedoogend zien uw oogen naar den kleinen Nauw te bespeuren snede,
In school
Rustig zit de heele klas te schrijven. Jongens buigen over ’t blanke schrift. IJverig hun lenig-jonge lijven; Bij de meisjes krast de harde grift. Annie kan ’t niet laten om te kijken, Fluistert even met de blonde Brecht: – Zeg,
Stil dorp
De molen heft zijn armen stil In de blauwe zonnige najaarslucht En laat ze vallen met een zucht, Als een moe man, tegen zijn wil. De huizen slapen, het gordijn Is neergelaten voor elk raam Alleen met den blinkenden koopren
Wandeling
Voor Reind Weet je nog dien winderigen morgen? We gingen over den groenenden dijk. De wind woei mijn hoofd vrij van zorgen. Voor de zon namen al de wolken de wijk. De wind deed bruine en witte zeilen zwellen De
Ik houd van niets zooveel dan van uw handen
Ik min u heel en al: uw mond, uw haar, Uw oor, een kleine schelp met roze randen; Uw oogen, als een avondlucht zoo klaar, Maar meer nog houd ik van uw blanke handen. Uw handen zijn zoo zacht en
Sonnet: Gij hield van daden en ik hield van droomen
Gij hield van daden en ik hield van droomen.Gij kendet vreugde, ik alleenlijk smart.Terzelfder ure heeft ons beider hartMet zachten drang de liefde voelen komen. Een oogwenk gleed gelijk een wazig doomenVerwondring langs uw oogen en verwardHebt gij gebloosd en
Lees meer Sonnet: Gij hield van daden en ik hield van droomen
Avond-school
Een enkle lamp werpt zijn armzalig geel- Koperen schijnsel langs de kale muren. Met wijd geopende oogen zitten heel Scherp jongens naar het verre bord te turen. Stoffige lege banken, waarop veel Inktvlekken en ingesneden figuren, Werpen hun schaûwen langs
Sonnet: Zooals een man een keten van fijn goud
Zooals een man een keten van fijn goud Wil uit een grote gave plaat gaan drijven, En dag aan dag zich diep gebogen houdt Over zijn werkt, dat moeilijk wil beklijven, En toch geen tijd en arbeid hem berouwt, Zijn