Moeder

Moeder, ik zou mijn hoofd van zorgen zwaar nog eenmaal in uw handen willen leggen, terwijl uw stem m’een oud verhaal ging zeggen, waarvan ik de heugenis nog bewaar. Ik weet een avond, ’t is al menig jaar geleden, zoete

In school

Rustig zit de heele klas te schrijven. Jongens buigen over ’t blanke schrift. IJverig hun lenig-jonge lijven; Bij de meisjes krast de harde grift. Annie kan ’t niet laten om te kijken, Fluistert even met de blonde Brecht: – Zeg,

Stil dorp

De molen heft zijn armen stil In de blauwe zonnige najaarslucht En laat ze vallen met een zucht, Als een moe man, tegen zijn wil. De huizen slapen, het gordijn Is neergelaten voor elk raam Alleen met den blinkenden koopren

Avond-school

Een enkle lamp werpt zijn armzalig geel- Koperen schijnsel langs de kale muren. Met wijd geopende oogen zitten heel Scherp jongens naar het verre bord te turen. Stoffige lege banken, waarop veel Inktvlekken en ingesneden figuren, Werpen hun schaûwen langs