Waar is Vitellus, de wafelverkooper? Waar is Vitellus, die snelle looper? Hij danste als hij liep, en hij stond op één voet, Zijn wafels waren zoo warm en zoet. De keizer kocht, en de gladiatoren, En de keizerin heeft van
Auteur: Helma
Christophorus
Christophorus had van ’s morgens vier Tot ’s avonds zeven als een lastdier Door de gezwollen rivier gewaad. Nu wou hij rusten en eten; maar kwaad Bedacht hij, er was geen brood in de kast En nú nog naar ’t
De zieke
Hij verwelkt tusschen raam en deur In een klein vertrek. Hij geniet van bloemengeur En flarden gesprek. Hij praat gemoedelijk over den dood. Niets dat hem hindert of verschrok. Zijn wangen krijgen een vleugje rood Bij ’t slaan der klok.
Psalm CXXXI
O Heer, ik draag mijn hart niet hoog, Ik zie niet trotsch in ’t rond. Ik buig mijn hoofd te grond, Deemoedig voor uw alziend oog. Ik heb geen plannen overdacht, Die botsen met uw wil. Ik ben tevreden stil,