Wij weten niet, wat God met ons wil doen, Nu Hij ons kwetsbaar in de wereld zette. Of Hij ons wil opkweeken of verpletten: Een roos wordt teelaarde in het laat seizoen. Wij bloeien, en de winden grijpen ons. Vormt
Auteur: Helma
De pluk
Een dag in ’t najaar zal het zijn Van blauwe lucht en zonneschijn ‘k Rust aan den warmen heuvelrand En overschouw het brandend land En zie, hoe Gij U rekt en bukt En vruchten in den bongerd plukt Dan treedt
Koorts I, II
I Heer, ik zink weg in duizeling en pijn, Wat ik gedacht, gedroomd heb en gelezen, Komt als een werklijkheid om mij gerezen. En ik moet in die vreemde wereld zijn. En schoon ik wakker ben, en weet: ’t is