Hier zal ik welig wassen, En iedereen verrassen Met uitgewaaiden kam, Heet als een vlam. Een keizer in het purper, Zal ik zons wijnen slurpen; De lekkernij van ’t kruid Valt mij ten buit. Het koninkrijk der rozen Heeft uit,
Auteur: Helma
Zomeravond
Naar bloemen ruikt de tuin en fruit, Het veld naar ’t versche hooi. Het volk komt traag de huizen uit. Het weer is stil en mooi. Ze zitten wippend met hun stoel Te praten voor de deur. Hun woorden gaan
Het kerkboek
Gij zijt een groote groene weide Met bloemen die nooit minderen. De kindren dartelen er blijde, En God ziet gaarne kinderen. Gij zijt een boschje, als vink en lijster Zingt ’t volk, gedachtloos van genot. En is men soms de
Het verdriet
Ik heb gewerkt, ik heb gebeden, Ik heb geworsteld met ’t verdriet, Ik heb gebogen als het riet, en soms heb ik ’t met laffe vlucht gemeden. Nu stelt ’t zich ondoordringbaar voor mijn staren Als van de nacht het