Auteur: Helma
Sledevaart
Herinnering aan vrijdagmorgen 28 december 1923 Dit is het laatst geluk geweest, Dat u en mij op aard’verbindt: Een sledevaart door sneeuw en wind, En dit geluk gedenk ik ’t meest. Er was geen leven en geen tijd. Onder een
’t Was in de schemering en aan den wand
Voor Wilma ’t Was in de schemering en aan den wand Der matte ruiten viel een vaal beloken Licht, door de dikke traliën gebroken, En trok zijn vage grens langs stiltes rand. Toen zag ik de gelijkenis van een hand,
Ook deze bloei van liefde gaat voorbij
Ook deze bloei van liefde gaat voorbij; De schoone klaproos laat haar blaadren vrij. Doet God zijn winden langs de wereld waaien, O lief, wie denkt aan u, wie denkt aan mij?