Auteur: Helma
Besnuffel hemels heil maar onverdroten
Besnuffel hemels heil maar onverdroten. Den Heiland hebt gij telken dag verstooten. Ziet ge niet hoe Hij onder u verwijlt: Hongrig en naakt, melaatsch en uitgestooten?
Och, dat het leven als dees avond werd!
Och, dat het leven als dees avond werd! De aard ligt bebloemd, de hemel staat besterd. En overal heerscht Gij, o mijn Beminde! Gij schijnt in ’t hart en weerlicht in de vert’.
Nu murmelen de beken en de bronnen
Nu murmelen de beken en de bronnen. De groote dooi der wereld is begonnen. Nu ruischen alle harten tot U op En spillen ’t leven gul en onbezonnen.