We houden van barmeid en zeekapiteinEn van een gulle hartige slok,Een krachtige vloek en losse geinMet een stem als een schorre klok. De heiligen en Maria zijnNiet bij ons in het publiek.Ze mogen thuis trooten in ziekte en pijnWant wij
Categorie: Nalezing IX
De operatie
Hij nam het mes, en sneed zo zeker,Dat zij eerst slechts een rilling voelde,Die scherper werd, en kil, en woeldeDiep in haar wezen, en het weekeTrillende hart aanraakte en bonzenDeed als de zware doodenklok,En uit haar ‘t leven met een
Bach
Ich will dir mein Herze schenken,Senk dich, mein Heil, hineinMattheus Passion Het huis is donker, maar het raamOpent op den kristallen hemel.Doorschijnend deint ‘t bloed rood gewemelVan wijnloof: zalig aardsche naam.Wij kijken met onwillige oogen.De lucht lijkt donkerder en dof,En
Herinnering
U heb ik het meest bemind. Altijd zie ik u als kind. Vaart je schip nog naar de haven, Mag je met het stokpaard draven, Zweert kip en konijn je trouw, Dans je met de bakkersvrouw, Loop je door de
Visite
In de avond dempen zich de stemmen. Men mompelt maar wat voor zich heen. Doch vol van leven niet te temmen Blijft de witte boezelaar van Leen. Dat weten alle mannenoogen, Dat wraakt de blik van iedre vrouw, Want zij
Wiegeliedje
Slaap maar,… slaap maar,… slaap, Zag je ’t witte schaap Niet van uit de hemelweiden Door het venster binnenglijden? Kijk, je kleine bedje is vol Zachte witte hemelwol. Droom maar,… droom maar,… droom, Dat je aan hemels zoom Zelf als
Berceuse
Laat u maar glijden, de slaap is stil. Laat u maar glijden: ritselende zijde; Bevend dwaallichtje op een weide; Droom en dood omhelzen u beiden; Gij zijt vergeten van vreugd en lijden; Laat u maar glijden, het water is stil.
Uitzicht
Ons hart moet zeer eenzaam wezen Als het wil werken voor U. Verlokkingen en vreezen Zijn niets dan vage schaduw, Die glijdt langs de witte muren Van de kamer, het is zeer stil. En dit kan seconden duren Of eeuwen;