Bach

Ich will dir mein Herze schenken,Senk dich, mein Heil, hineinMattheus Passion Het huis is donker, maar het raamOpent op den kristallen hemel.Doorschijnend deint ‘t bloed rood gewemelVan wijnloof: zalig aardsche naam.Wij kijken met onwillige oogen.De lucht lijkt donkerder en dof,En

Visite

In de avond dempen zich de stemmen. Men mompelt maar wat voor zich heen. Doch vol van leven niet te temmen Blijft de witte boezelaar van Leen. Dat weten alle mannenoogen, Dat wraakt de blik van iedre vrouw, Want zij

Wiegeliedje

Slaap maar,… slaap maar,… slaap, Zag je ’t witte schaap Niet van uit de hemelweiden Door het venster binnenglijden? Kijk, je kleine bedje is vol Zachte witte hemelwol. Droom maar,… droom maar,… droom, Dat je aan hemels zoom Zelf als

Berceuse

Laat u maar glijden, de slaap is stil. Laat u maar glijden: ritselende zijde; Bevend dwaallichtje op een weide; Droom en dood omhelzen u beiden; Gij zijt vergeten van vreugd en lijden; Laat u maar glijden, het water is stil.

Uitzicht

Ons hart moet zeer eenzaam wezen Als het wil werken voor U. Verlokkingen en vreezen Zijn niets dan vage schaduw, Die glijdt langs de witte muren Van de kamer, het is zeer stil. En dit kan seconden duren Of eeuwen;