Ik waakte, en zag het daglicht hangen Als schemer in ’t geplooid gordijn, En smeekte: laat mij weer verlangen, En vol van levens onrust zijn. Neem alle rust en alle vrede, Het zatte hart haakt naar den dood. O, laat
Categorie: Nalezing VII
Zomeravond
Naar bloemen ruikt de tuin en fruit, Het veld naar ’t versche hooi. Het volk komt traag de huizen uit. Het weer is stil en mooi. Ze zitten wippend met hun stoel Te praten voor de deur. Hun woorden gaan
Het kerkboek
Gij zijt een groote groene weide Met bloemen die nooit minderen. De kindren dartelen er blijde, En God ziet gaarne kinderen. Gij zijt een boschje, als vink en lijster Zingt ’t volk, gedachtloos van genot. En is men soms de