De eenzame

En elken dag opnieuw, bij het ontwaken, Keert hij zich droevig in zijn bedde om, Terwijl zijn handen, in nerveus gefrom, Spelen over ’t weggewoelde linnen laken. Hij fronselt tegen ’t licht dat door de blinden, Ten kier gelaten, bleek

Galerij

Mijn dagboek is gelijk een galerij Van schoone grieksche goden-statuetten, Die ik in witte nissen heb doen zetten Ter weerszij van een slanke zuilenrij. En bij de deur, een faun aan iedre zij Wil, stout gehoornd, het binnentreen beletten. Maar

Avond-school

Een enkle lamp werpt zijn armzalig geel- Koperen schijnsel langs de kale muren. Met wijd geopende oogen zitten heel Scherp jongens naar het verre bord te turen. Stoffige lege banken, waarop veel Inktvlekken en ingesneden figuren, Werpen hun schaûwen langs