Stil dorp

De molen heft zijn armen stil In de blauwe zonnige najaarslucht En laat ze vallen met een zucht, Als een moe man, tegen zijn wil. De huizen slapen, het gordijn Is neergelaten voor elk raam Alleen met den blinkenden koopren

In school

Rustig zit de heele klas te schrijven. Jongens buigen over ’t blanke schrift. IJverig hun lenig-jonge lijven; Bij de meisjes krast de harde grift. Annie kan ’t niet laten om te kijken, Fluistert even met de blonde Brecht: – Zeg,