Schoon en afschuwelijk is hen gelijk, Zij vragen niet naar hel of hemelrijk, Zij voelen niet, de waarlijk minnenden, Den steenen peluw of de zijden tijk.
Auteur: Helma
Kent gij de schijngestalten van den wijn?
Kent gij de schijngestalten van den wijn? Zuur voorjaars; zoet door zomerzonneschijn; Zwaar gouden in den herfst; waarom verbaast ge u? Viool en fluit snijdt één mes uit één pijn.
Open de poort, want Gij zijt de portier
Open de poort, want Gij zijt de portier. Wijs mij den weg, o Gids, door aards revier. Ik leg mijn hand alleen in Uwe hand. Allen vergaan, maar Gij blijft eeuwig hier.