Auteur: Helma
Mijn vriend had heden met mij mededoogen
Mijn vriend had heden met mij mededoogen. ‘k Ontvang den vluchtgen glimlach zijner oogen. Hij wendde ze af; zeker heeft hij gedacht, Dat zij niet naar hun weldaad omzien mogen.
Ginds moogt gij eenmaal alle harten minnen
Ginds moogt gij eenmaal alle harten minnen. Hier richt op één uw ziel en al uw zinnen. Eén hart is meer dan honderd heiligdommen. Geef alles op om één hart te gewinnen.
O Gij, wien aller heimwee hoopt te vinden
O Gij, wien aller heimwee hoopt te vinden, De machtige en de nederiggezinde. Een ieder spreekt van U allen zijn doof! Elk ziet U, maar met oogen van een blinde.