Sterven

Dat mijn begeerten nog zoo dikwijls zwerven En ik in u mijn eenig heil niet zie! Droomgerige oogen en de melodie Van zoete stemmen zoek ik te verwerven. Ach, wat zal ’t baten als ik straks ga sterven, Die vreeslijke

Avonden

Wonderlijke avonden, ’t is of de wereld Een oogenblik zijn gonzend wentlen stilt. En als een roos met witte dauw bepereld, Zachtjes bewegend in Gods handen trilt. ’t Geluid dat lang verrimpelde verrilt. Er is alleen wat geur die opwaarts

Egoïsme

Wat is het ons of werelden vergaan En als dun stof door ’t wijd heelal verstuiven, Of zonnestelsels door elkander schuiven. Wij zien, gerust, dezelfde sterren staan. Wij voelen even de adem angstig gaan, Als ons de pauwestaart komt overhuiven

Uw naam

Wanneer mijn lied mag leven na mijn dood, Zal onze liefde niet vergeten wezen. Ons zwakke hart mag voor het sterven vreezen, Maar nooit vergaat wat zuiver is en groot. De wereld wentelt zich in stillen nood, Wijl stormen licht