Categorie: Nalezing IV
U zien
Of Gij niet hoort, toch schreeuwt mijn hart Nachts angstaanjagend donker in, Of mij niet eindlijk een begin Van troost gewerd. Ik heb Uw pand, ik heb Uw woord! Wat baten beiden Als Gij niet hoort, Of luistert zonder medelijden?
Sonnetten – IV Hij noemde zich: de zonneschijf is blij !
Ech-En-Aton Hij noemde zich: de zonneschijf is blij! De jonge Koning met zijn bloemgezicht. Zijn wezen scheen gestold uit louter licht. Mild was de lach die om zijn lippen lei. Zich sieren met de vreugde van zijn god, Hij wist
Lees meer Sonnetten – IV Hij noemde zich: de zonneschijf is blij !
Sonnetten – VII Dit ernstig, stil in zich verzonken zijn
Dit ernstig, stil in zich verzonken zijn Als ’t leven in die teer japansche beelden: ’t Gezicht doorschenen, vingers die vergeelden, Als dagen gelen in de zonneschijn. En dan het leven speuren in de heele Zoete bekoring van een blozen
Lees meer Sonnetten – VII Dit ernstig, stil in zich verzonken zijn
Sonnetten – X Gelaat, dat ik zoozeer heb liefgehad
Gelaat, dat ik zoozeer heb liefgehad, Dat, brandmerk, diep in mijne ziel gedrukt is, Waardoor zij werd gepijnigd en verrukt is, Gij waart in alles de verborgen schat. Sloeg schoonheids staal de vuursteen mijner ziel, Gij borst er uit, een
Lees meer Sonnetten – X Gelaat, dat ik zoozeer heb liefgehad