Herinnering

Misschien geeft dit u troost: te weten, Dat ge onaantastbaar, onbesmet, In boventijdelijk vergeten, Staat in mijn hart en mijn gebed. God heeft zijn vredige avondstonden, Wijd als zijn goedheid en geduld, Weer tot de wereld uitgezonden, En ieder hart

Toekomst

Dat wij dit droomen dorsten, En bewust ernaar streven: Eens onder uwe vorsten Als gelijken te leven. Misschien meer, misschien minder Aan wijsheid en goed, Maar even fel doorzinderd Van uw liefdesgloed. Die Uwe toekomst koos Vol mateloos begeeren Moet

De slang

Ze is opgetogen door de buurt gegaan En heeft het laatst sensatienieuws besproken Met naaisters en die in de winkels staan Het kwaad gesierd en ’t goede afgebroken. De rijke zieke heeft zij zeer gevleid: ‘Wat is er veel van

Zwijgen

Zoo wij, genezen van de zonden, – O dood, waar is uw prikkel nu, – Een lied met nieuwe woorden vonden, Het is alleen ter eer van U. Een kind aan moeders borst verzadigd, Glimlacht en slaapt tevreden in. Sluit