Het pluis

Toen hij haar een paar dagen liefhad, Verveelde zij hem zeer. Haar denken was maar een kleine stad, Haar ziel een kalm meer. Hij had gehoopt, angstig te verdwalen In een metropool, Voor zijn verlangen schatten te halen Van evenaar

Dichten

Denkt gij dat dit gelukkig maakt, Dichten en eenzaamheid? en noodig Te hebben wat gij overbodig Noemt en als tijdverbeuzlen laakt? Het is stilzitten in zonneschijn, En den wind voelen, en den regen Nastaren, en den hemel tegen Vliegen als

Kerstmis

Over de wereld ging de lente komen. Gods Geest is neergezweefd en als dauw Gedruppeld in de heete ziel der vromen En deed een Kind ontluiken uit een vrouw. Den hemelen ontvloeiden witte stroomen Engelen, en hun blinken rees en