Toen hij haar een paar dagen liefhad, Verveelde zij hem zeer. Haar denken was maar een kleine stad, Haar ziel een kalm meer. Hij had gehoopt, angstig te verdwalen In een metropool, Voor zijn verlangen schatten te halen Van evenaar
Categorie: Nalezing VIII
Eerste liefde
De jongen schrijft; ‘over ’t papier gebogen Heb ik hier nu al haast een uur gezeten Te denken wat ik zeggen zal; wij weten Vaak maar alleen wat wij niet zeggen mogen Ik heb zoo dikwijls door de schuttingreten, Die
Dichten
Denkt gij dat dit gelukkig maakt, Dichten en eenzaamheid? en noodig Te hebben wat gij overbodig Noemt en als tijdverbeuzlen laakt? Het is stilzitten in zonneschijn, En den wind voelen, en den regen Nastaren, en den hemel tegen Vliegen als
Een lucht vol witte wolken
Alsof een hand ze ineengefrommeld had En weggeworpen, drijven vreemde wolken; En andren liggen als de witte scholken Van kindren op een bleekveld, zwaar en nat; En andren zijn als het besneeuwde pad Waardoor twee rijen donkre stappen loopen; En
Kerstmis
Over de wereld ging de lente komen. Gods Geest is neergezweefd en als dauw Gedruppeld in de heete ziel der vromen En deed een Kind ontluiken uit een vrouw. Den hemelen ontvloeiden witte stroomen Engelen, en hun blinken rees en