Auteur: Helma
Sonnetten – X Gelaat, dat ik zoozeer heb liefgehad
Gelaat, dat ik zoozeer heb liefgehad, Dat, brandmerk, diep in mijne ziel gedrukt is, Waardoor zij werd gepijnigd en verrukt is, Gij waart in alles de verborgen schat. Sloeg schoonheids staal de vuursteen mijner ziel, Gij borst er uit, een
Lees meer Sonnetten – X Gelaat, dat ik zoozeer heb liefgehad
Sonnetten – VII Dit ernstig, stil in zich verzonken zijn
Dit ernstig, stil in zich verzonken zijn Als ’t leven in die teer japansche beelden: ’t Gezicht doorschenen, vingers die vergeelden, Als dagen gelen in de zonneschijn. En dan het leven speuren in de heele Zoete bekoring van een blozen
Lees meer Sonnetten – VII Dit ernstig, stil in zich verzonken zijn
Sonnetten – IV Hij noemde zich: de zonneschijf is blij !
Ech-En-Aton Hij noemde zich: de zonneschijf is blij! De jonge Koning met zijn bloemgezicht. Zijn wezen scheen gestold uit louter licht. Mild was de lach die om zijn lippen lei. Zich sieren met de vreugde van zijn god, Hij wist
Lees meer Sonnetten – IV Hij noemde zich: de zonneschijf is blij !
Sonnetten – III Weet gij niet, dat’k u overal bespeur?
Weet gij niet, dat ‘k u overal bespeur? Ik heb uw wezen gretig ingedronken. Gij zijt door al mijn sferen heengezonken Gelijk door ijle zijde een zoete geur. Daar is geen oogenblik bij dag of nacht, Dat ik uw stralende
Lees meer Sonnetten – III Weet gij niet, dat’k u overal bespeur?