Toen zij besloten één te zijn En bloed en leven te vermengen, Kwam er een zachtheid in hun zengen, Of er een zingende fontein Koelte verstuivelde over rozen. Hun diepste wezen, transparant, Tot stralend licht gestolde brand, Verscheen ’t kind,
Auteur: Helma
Christelijk Leven
Het gaat niet om een snelle slag,Die wordt gewonnen of verloren.Wij moeten levenslang ‘t bekorenVerwinnen, dag aan dag. Men kan niet boemelen, en bidden:O Heer, maak alles wel!Wees gij gedurig in ons midden! –Dat is de hel. Want dan is
Meisje in’t voorjaar
De kastanje lijkt een tulpenboom Met negerbruine en geliggroene bloemen. Reeds zie ik een grootsch visioen opdoemen: Een gloeiend groen in een witte lichtstroom. De schaduw strijkt nog over den grond, Een leeg sleepnet, maar mijn verlangen Is in zwart
Uitzicht
Ons hart moet zeer eenzaam wezen Als het wil werken voor U. Verlokkingen en vreezen Zijn niets dan vage schaduw, Die glijdt langs de witte muren Van de kamer, het is zeer stil. En dit kan seconden duren Of eeuwen;
Wiegeliedje
Slaap maar,… slaap maar,… slaap, Zag je ’t witte schaap Niet van uit de hemelweiden Door het venster binnenglijden? Kijk, je kleine bedje is vol Zachte witte hemelwol. Droom maar,… droom maar,… droom, Dat je aan hemels zoom Zelf als