Oorlog

De boomen overijlen zich te bloeien. De bloemen geuren overdadig mild. De jeugd glanst als een bliksem, en zijn gloeien Is even snel en schrikkelijk en wild. De hemel teistert met afgunstig waaien. Naakt staat de boom als een geschoren

De held

De maan schijnt over levenden en dooden.De overwinnaars plunderen de lijken.De held trapt op de keel van de gewonden. Zijn sterke hand omklemt het breede kromzwaard.Zijn zwaard is heilig, want het heeft gedronkenVan mannenglans en kracht en dapper bloed. Lafhartig

Wachten

Viel er een kleine regen in de nacht? Een kraalgordijn heeft even zich bewogen, Ik luister, en ik houd mijn adem in. Ik stond voor een verlicht papieren venster. Mijn nagel gleed langs het doorschenen vlies, En daadlijk viel een

De keuze

Of wijn of waanzin! wien moet ik verkiezen? Mijn hart is een uit ’t nest gevallen vogel, Die wild verschrikt tusschen twee vallen vlerkt. Kies ik den wijn, dan zal ik aan den grond Genageld liggen, tot de pijn mij

Lente

De hemel luwt, de lente staat te komen. De visch spat als een vonkenzwerm omhoog. De vogel tooit zich met den regenboog. En eensklaps bloeien de verstokte boomen. Een roode bliksem slaat dwars door het bloeien. Een rood gewaad heeft