Ik heb Hem heel den dag gewacht, En tot mijn pooplend hart gezeid: Verdubbel uwe lijdzaamheid, Hij komt wel vóór den nacht. ’t Is avond en de speelsche wind Schudt aan de rinkelende deur En zucht zijn naam door kier
Categorie: De Donkere Bloei
De Emmaüsgangers
Nòg speuren wij ’t nieuw vreugdgevoel, Dat heet en koel Ons overrompelde op den tocht, Toen Hij ons had bezocht. Hij heeft ons ongeloof gekrenkt, De ziel gezengd En drong zoo zacht als windgesuis Met ons in huis. Toen Hij
Thomas
Hij kwam door de gesloten deur En hief zijn wonde hand naar mij. En bracht mijn vinger tot de scheur, Die ademde in Zijn zij. Een vreemde lauwe zwakte sloeg Mij neder, ‘k wankelde op mijn knie, En stamelde: Heer,
Erkenning
Er is geen leed, er zijn geen tranen meer. ’t Is al door Uwe liefdebrand verslonden.. De dood is als een schaûw voor u verzwonden. Wij zien slechts licht, wij zien alleen de Heer!
Hagar en Ismaël
Zij hurkte in ’t zand, en als een bruine lap, In schrale schaduw der jeneverstruiken Achteloos neergeworpen, heet en slap, Steunde haar jongen bij de leege kruiken. Dan stond ze, en snoof, of zij niet als een dier Het water
De moeder van Sisera
Hing zij niet als een triestige lantaren Over de balustrade van het raam, Flakkerend naar t gewoel der legerscharen En naar de sombre glorie van zijn naam? Dan wenkte zij de wijste harer vrouwen En vroeg: komt daar zijn felle
Hanna
Hij voelde van haar voeten het geruisch Voorbij zich glijden, en een vreemde kilte Woei aan zijn hart, tot hij de late stilte Weer hoorde wandelen door ’s Heeren huis. Toen prikkelde hem mompelend gedruisch Van bidden, snikken, en of