Thomas

Hij kwam door de gesloten deur En hief zijn wonde hand naar mij. En bracht mijn vinger tot de scheur, Die ademde in Zijn zij. Een vreemde lauwe zwakte sloeg Mij neder, ‘k wankelde op mijn knie, En stamelde: Heer,

Erkenning

Er is geen leed, er zijn geen tranen meer. ’t Is al door Uwe liefdebrand verslonden.. De dood is als een schaûw voor u verzwonden. Wij zien slechts licht, wij zien alleen de Heer!

Hanna

Hij voelde van haar voeten het geruisch Voorbij zich glijden, en een vreemde kilte Woei aan zijn hart, tot hij de late stilte Weer hoorde wandelen door ’s Heeren huis. Toen prikkelde hem mompelend gedruisch Van bidden, snikken, en of