‘k Bèn niet zoo machtIoos als gij meent. Wat ik eens bezat blijft ’t mijne. Alle boeken in de schrijnen Weten weI, dat gij hen Ieent. Heeft mijn pen, die gij gebruikt. Niet dwaas langs ’t papier gehuppeld, Dubbel schrift
Categorie: Kaleidoscoop
De dichter
Er leven velen in hem, maar zij sluimren. Hij mag hen niet ontwekken, en hij wacht Of geen zich wakker woelen zal, en zacht, Een duif, tot t leven kringlen zal en tuimlen. Als hij hun schaduw in de grijze
S. Teresa in extaze
Het is een langzaam stijgen in het niet, Een in het ondoorgrondelijke verzinken; Het is gebonden in een zak verdrinken, Aanspoelen tusschen hemels oeverriet. Het is een zeIfhandhaving en een rusten Van het lichaam dat zwoegt om te vergaan. De
Afgescheidenen
Niemand spreekt meer van koksianen; Van fijnen en motregen weet men wèI. De glans van een scheldwoord gaat gauw tanen, Maar de haat is nog laaiend als de hel. Men vormde een ring om ze neer te beuken. Dat is
Zeventiende-eeuwsche predikanten
Zij waren hard, en sloegen op het Boek, Wanneer de superstitie der papisten Hen driftig maakte; en wee den ongodisten Onder den gepraedestineerden vloek. Hanteerden zij het geesteszwaard zeer kloek, Zij troostten en verkwikten meer, en wisten De zoetheid van
Calvijn
Hij met de doodskop en fanatisch boos Van baard en ogen, kon geluk ontberen. Waarom de Souvereiniteit des Heeren Juist hem tot feilloos treffend wapen koos? Hij wierp zich ziende in het grondeloos Diep van Zijn eeuwige genaverbonden; Verheffend bovenal
Luther
Hij was en bleei een drift gebonden boer, Die zingen kon zoodat het klooster dreunde, ’s Avonds sloeg hij verwoed op schonk en schoer, En niet de duivel, maar hij brulde en kreunde. Tusschen zijn IachIust en bezetenheid, Dit felle