Rococo

Haar witgeschoeide voetjes zijn zoo klein, Dat ze in een flinke mannenhand verdwijnen. Ze gllmIacht zoetjes, maar het is niet rein. Ze wil graag kinderlijk onschuldig schijnen. En daarom overschaduwt haar een fijn Gevlochten tuinhoed; zilverbIond verdwijnen Heur haren tusschen

Romantiek

De wijn op tafel en het glas er naast. De gele rozen in het blauw verglaasd BIoemvaasje laten stil hun blaadjes zwieren Over de ganzenpen en de papieren. De jonge dichter met bruin golvend haar Staart droomrig door het open

Oude dans

Kalm verdeinen de motieven Van den statig stillen dans. Gracieus gaan de gelieven Door den klaren avondglans. Na ’t adieu zweeft ieders ijver Naar een nieuw ontmoeten heen. Even, tusschen maan en vijver, Staan hun schaduwen alleen. Even … en

De zaligen

De gele rozen lichten langs ‘t terras. In diepe stoelen liggen zij te rusten, De zaligen, die elkaar gelukkig kusten, De toekomstlozen; heel hun leven was Een dringen naar de voorgeweten uren, Waar alles eensklaps in vergeten is; ‘t Verwaait