periode bundel:
(1922-1923)
geschreven op:
1923
VG-pagina:
471
Dit wonder is nog in mijn macht gebleven: Ik, die geen spreuk en geen bezwering ken, Ik roep u aan, ...
verder lezen
periode bundel:
(1922-1923)
geschreven op:
1923
VG-pagina:
488
I Kon ik maar slapen, Slaap, u roep ik aan! Waar groeit uw diepverdoovende papaver? Ik hoor, ontzet, met ratelend ...
verder lezen
periode bundel:
(1922-1923)
geschreven op:
SdT 1923
VG-pagina:
472
periode bundel:
(1922-1923)
geschreven op:
1923
VG-pagina:
490
'k Benijdde menigmaal de stille dooden, En nu ik krank ben, bid ik: Heer, nog niet. Laat mij niet sterven ...
verder lezen
periode bundel:
(1922-1923)
geschreven op:
1923
VG-pagina:
473
Weet gij niet, dat 'k u overal bespeur? Ik heb uw wezen gretig ingedronken. Gij zijt door al mijn sferen ...
verder lezen
periode bundel:
(1922-1923)
geschreven op:
1923
VG-pagina:
491
Dood! dacht ik, maar Gij zeidet: ,,Leven!" Och, waarom moet ik leven, Heer! „Wijl Ik uw laten bloei begeer, Rozen, ...
verder lezen
periode bundel:
(1922-1923)
geschreven op:
1923
VG-pagina:
474
Ech-En-Aton Hij noemde zich: de zonneschijf is blij! De jonge Koning met zijn bloemgezicht. Zijn wezen scheen gestold uit louter ...
verder lezen
periode bundel:
(1922-1923)
geschreven op:
1923
VG-pagina:
492
periode bundel:
(1922-1923)
geschreven op:
1923
VG-pagina:
493
De wereld werd zeer zuiver en zeer groot, Toen schemering de bleeke lucht vervulde. En liefelijker vlamde de vergulde Bloem ...
verder lezen
periode bundel:
(1922-1923)
geschreven op:
1923
VG-pagina:
476
periode bundel:
(1922-1923)
geschreven op:
1923
VG-pagina:
494
periode bundel:
(1922-1923)
geschreven op:
1923
VG-pagina:
477
Dit ernstig, stil in zich verzonken zijn Als 't leven in die teer japansche beelden: 't Gezicht doorschenen, vingers die ...
verder lezen
periode bundel:
(1922-1923)
geschreven op:
1923
VG-pagina:
495
Met minnen hebt gij mijn gemoed gewond! O lief, ik heb alleen naar u gezocht. Jarenlang volgde ik 't dwalen ...
verder lezen
periode bundel:
(1922-1923)
geschreven op:
1923
VG-pagina:
496
Reegnen de sterren smeltend uit den hemel? Spatten komeeten laaiend uit elkaar? Mat-gouden stralen vallen, sierlijk boogend, Of uit den ...
verder lezen