J.K. van Eerbeek † Soms vindt met in de straten van oud Rome Een sarcophaag, een doodkist, waar de buis Der waterleiding mondt als in een sluis, En waar de kinderen stil drinken komen. Zoo is het met je brief,
Tag: gedicht aanwezig
Voorjaarsverwachting
Wat zijn ze schoon, de schemerige dagen Die niet meer grijs en nog niet paarlemoer Zijn durven, alsof er een lichtschijn voer Door een groot ademen, dat met zijn vlagen Van ijle blankte langs ons henenstrijkt, En even staat en
Kinderland
Het is niet goed, dat men zijn kinderland Vergeet, maar ’t kan zoo ver zijn als de rijken Der voortijd, die luchtspiegelingen lijken Voor een groot donkeren. Is Trojes brand Niet grootsch en ijl tegen den hemelwand En komen de
Jeugdorganisaties
Ja, deze vruchten op hun eigen sap Zijn goed geweckt en zonder alcohol. Ze zien iets bleek en voos, maar zijn niet hol. Wie ’t lust, ga met een volle flesch op stap. Ja, deze vruchten zijn bizonder zoet, Maar
Bijeenkomst
Zij zongen stijfjes: kom toch mede, makker! Een juffrouw had hen leuterend geleid. Maar ’t bracht geen warmte en geen gezelligheid. En toen getuigde een ongezonde bakker. Hij zeide met iets zalvends in zijn stem, Of hij ongare broodjes aan
Feestdisch
De feestdisch is gedekt in ’t lommer.Wanneer het windje even waait,Komen er zonnevlammen gelaaidIn het kristal, zooals de kommerTot vuur kan worden in een dof moe hoofd.De borden, de servetten en de schalen, Het witte zilver en ’t felblank der
Klacht om Abisag
Hoe zult gij hier kunnen rusten? Al de onnut gespaarde lusten Stromen nog met zacht geruis Door uw ongerepte leden, Die nu met hun heerlijkheden Zijn besloten in dees kluis. Altijd hebt gij u onthouden Aan onmachtigen; ach, de oude
Dansende derwischen
Eerst draait er één, dan twee, dan vier, En eindlijk allen, groote tollen Die razend worden, en uitbollen, Bleeke planeeten zijn, wier zwier Men niet meer volgt, maar als vreemdstille Rondheden roereloos ziet staan. Windkolken raken elkaar aan En zoeven,
Rozen
Vandaag heb ik mijn hart aan u verloren, Rozen, zoo rood als versch vergoten bloed. Ik zie in u den ouden liefdegloed, Die, nieuw, elk jaar in ieder wordt herboren. En, o, het stille lichten der ivoren! Dit is zoo
Een nieuw lied
van een jongeling die zijn beminde ombracht, en daarvoor moest sterven, medegedeeld door Willem de Mérode O mannen en vrouwen hoort dit lied, Ik zing het al langs de straten, Hoe een jongedochter in groot verdriet Haar achtbaar leven moest