Op kousen loopen ze over de plavuizen Hier heerscht de stilte en is het schemerachtig Altijd; de zon is voor hen veel te machtig. Zij zijn twee uitgedroogde witte muizen. Er wordt gebeld; zij staan kibblend te fluistren, Wier beurt
Tag: gedicht aanwezig
Ruiter, paard en hond
De eene begeleidt, de andre draagt mij.Tot mijn genoegen en in zwaren strijd. Dit zijn bevredigingen en dit plaagt mij, Want zij zijn roekloos aan mijn dienst gewijd. Het paard! (ik voel mijn snelheid vertienvoudigen).Dat man en lans, die mij
De wedloop
Altijd verdoold van zinnen, Zo komt men op de baan. ’t Is steeds weer: bloed en minne, En doof zijn voor vermaan. Heere Jezus, zie ons aan. Laat ons den wedloop winnen. Wij aarzlen te beginnen Want t moet recht
Oudejaarsnacht
Er is geen nacht zoo eindeloos en zwart Als deze tusschen ’t Oude en Nieuwe jaar. Er is gefladder van een groote schaar Demonen, die gaan lachen bij elk hart, Dat nu zijn handel met God af wil sluiten, Liefst
Elisabeth
Er leefde in haar een heimelijke hoop, Dat zij nog eens een schoonen zoon zou baren, En toen haar man intrad met wilde haren, En nederviel en op zijn knieën kroop, En kuste, als een hond, haar rimpelhanden, En sprak,
Woorden
Men weet niet hoe dit is, dat woorden Toekomen en zij zijn bereid Om de geruchten die zij hoorden Daad te doen zijn en werklijkheid. Zij hebben zich stil volgezogen En zijn als vogels opgevlogen En rusten op het vers
Het album
Ik werd zeer treurig, toen ik hen bezag, Deze gedenkbladen van uw jong leven. Jeugd is ons slechts een oogenblik gegeven. Het is voorbij, er heerscht een andre dag. Toch hebben zij nog over mij gezag. Jeugd is zoo argeloos
Triestig
Ik denk: zo zal het later misschien zijn: Jij hebt een huisgezin, een vrouw en zonen, En ik zal nog als nu heel eenzaam wonen, En deze eenzaamheid is als een wijn Die men aan zieken schenkt om te versterken.
Litteratuur-geschiedenis
Wat in een tijdperk maakt een dichter? Als plotseling een door het slichte Gelijke hout breekt, en de ruimte zoekt, dwars door de christelijke gebeden vloekt, Maar in de avond is te vinden op de knieën Van stilte en schemering,
Nuttige raad
Ja, Pieterse en Jansen waren krukken, Bezaten nog geen luis om dood te drukken, En hoor nu eens hoe ver hun namen stinken En hoor hoe lekker hun rijksdaalders klinken. Ze zijn zooveel als eerste aandeelhouwers Der Maatschapp van Mars-