De zusters

Op kousen loopen ze over de plavuizen Hier heerscht de stilte en is het schemerachtig Altijd; de zon is voor hen veel te machtig. Zij zijn twee uitgedroogde witte muizen. Er wordt gebeld; zij staan kibblend te fluistren, Wier beurt

Woorden

Men weet niet hoe dit is, dat woorden Toekomen en zij zijn bereid Om de geruchten die zij hoorden Daad te doen zijn en werklijkheid. Zij hebben zich stil volgezogen En zijn als vogels opgevlogen En rusten op het vers

Het album

Ik werd zeer treurig, toen ik hen bezag, Deze gedenkbladen van uw jong leven. Jeugd is ons slechts een oogenblik gegeven. Het is voorbij, er heerscht een andre dag. Toch hebben zij nog over mij gezag. Jeugd is zoo argeloos