Nòg staat uw kruis op aarde En hangt Gij naakt en dood Boven ’t verholen kwade Van veler weelgen nood. De strenge ontzetbre luister Van uw gelaat besmet Het steunende gefluister van werelds krank gebed. Daar is niet één, die
Auteur: Helma
Moeder
Het hart van Moeder kan ons nooit ontsterven, Want t is ontfermend als Gods grote hart. Hóe men haar liefde wonde en treitrend tart, Ze ontvangt vergevend na het woeste zwerven. En geen verwijten, want het vuns bederven Van ziel
De zoekende
Zoo Gij U niet laat vinden, Waarom te zoeken, Heer? Keert Gij tot Uw beminde Dan nimmer, nimmer weer? Soms roeren zich de luchten, Of hen Uw voet bewoog. Dan blinken bloem en vruchten Als spiegels van Uw oog. Dan
Sonnetten – VII Beminnen moeten, niet bemind to zijn!
Beminnen moeten, niet bemind te zijn! O zuivre wonde, bloederood en open. Van zalig beiden en onzalig hopen Weten zijn liefde een smartekind te zijn. Een kind van zorgen en van veel geween, Toch onze troost en hoop en
Lees meer Sonnetten – VII Beminnen moeten, niet bemind to zijn!
Sonnetten – VI Mijn hart wil zijn barmhartigheid
Mijn hart wil zijn barmhartigheid Geen oogwenk naar u wenden. Het juicht in uw ellende, En lacht, omdat uw harte schreit. Het wil naar smeeken, noch vermaan, Noch harde rede hooren. Het haat als nooit te voren, En roemt in
Sonnetten – V Ik heb om uw verderf gebeden
Ik heb om uw verderf gebeden, Omdat ik zelf verdorven ben. Omdat ik enkel zorgen ken, Wensch ik u enkel bitterheden. Gij hebt uw liefde wèl bewaard! Bezorgd een enklen drop te spillen, Bleef de olie, die mijn pijn kon
Sonnetten – IV Wat heb ik in mijn droom geschreid
Wat heb ik in mijn droom geschreid Om uwe jeugdige oogen. Hun sterk en zoet vermogen Heeft dag en nacht mijn hart verblijd. Nu scheld ik hen vermaledijd, Die mij zoo zeer bedrogen. Zij lachten en zij logen, En weigerden