Credo

God, ik geloof in U, den schepper aller dingen, Die uit het niets èn aarde èn hemels kringen Geroepen hebt, en wat bestaat vervult En als een Vader onderhoudt en duldt. Gij hebt den mensch geschapen naar Uw beeld. Hij

De profeet

Gaat het ulieden niet aan, gij allen die overweg gaat? Klaagliederen 1 : 12a. Hij heeft mij aan den kruisweg opgesteld, En mij gemaakt tot een verschriklijk teeken. Hij krenkte mij; mijn spieren gaan verweeken En zwellen op; mijn leden

Spes unica

De winden zijn reeds opgestoken, De blaadren dwarlen heen en weer, Het doode hout wordt uitgebroken, De watervloeden storten neêr, ’t Is herfst, de dingen gaan versterven. Wij schuilen in een veilig huis, De storm tiert op verlaten erven En

Voorjaar

In wildernissen en plantsoenen Begint het lentelijk geluid Van nestelen, en de blazoenen Van alle bomen hangen uit. ’t Is groen met geluwe schakering In kruinen en vlak langs de grond. En in de tuin en langs de wering Pronkt