De hyacint

In stijgende verwondering, Gesteld op ’t zondoorgloeide glas, Mijn stille dorsten onderging Een heuldronk levenlauw, mijn dood genas. Ik, nieuw en nuchter, groene loot, Glijd rustig uit mijn bruine pij. En plotsling bonst mijn hart en stoot, Zoo naar het

Wie kan…

Wie kan het hart eens mans doorgronden, Wie kent zijn vreugden en zijn kwaal? O Heer, wij hebben vele vonden Gezocht, Gij weet het altemaal. Ons willens en onwetend dwalen, Ons kreunend grijpen naar uw kleed, Ons snel beloven en

Ongeloof

Door zware regendroppen Gebogen en gevuld, Heeft zon de bioode knoppen Der rozen rood verguld. Wij, kinderen die hopen Op ’t feest lang voor den dag, Beschaamd, zijn toegeslopen En wachten vol ontzag. Wij willen zien en weten Hoe God

Avond

Waar vindt het hart zijn baat ? Waar is het eindlijk vrede? Hoor, langs de avondstraat Gehuurde venters roepen recht en rede, En, als een schaap dat naar zijn stal zoekt, blaat Nu hier, dan ginds, een liedjeszanger mede. Hoe