Verklaard?

Als ik zwak ben, ben ik machtig. Nu en nimmer te verklaren Is het hemelsche verdriet, Dat Gij, ach, door zooveel jaren, Landman, voor ons zaaien liet. Voorlijk is het opgeschoten, Afgezicht en weer gewekt, Uitgerukt en toch ontsproten, Zelf

Kerstmis

Vooravond t’ Zal kerstmis worden en ’t is stil. Een vroege winter sloeg het leven, Ach God, zooveel is dood gebleven, Dat, nu ’t te laat is, bloeien wil. De tuin, nog blad-en bessenrijk, Ligt zwartgeslagen en bedorven. ’t Wordt

Maria

Toen de Geest u overschaûwde Met zijn glorie en genâ, Toen het Leven in u dauwde, Droegt ge uw stille wezen dra Als in liefelijk benauwde Lente een zware winterwa. Hebt gij deze lange dagen, Onberoerd en onverlet, ’s Heeren