Het leven scheppend, schiept Gij ook liet sterven. Ons, uwe werken, wijdt Gij ten verderve. Als slecht uw werk is, spreek, wien is de schuld? En is het goed, waarom breekt Gij ’t aan scherven?
Tag: gedicht aanwezig
Saâmliggend nacht op nacht ontvlood ons rust
Saámliggend nacht op nacht ontvlood ons rust. Eerst afscheidssmart maakte ons de slaap bewust. Haal adem, snel en diep, eer vroegwind ademt; Hij ademt nog, als wij zijn ingesust.
Maak licht den last waarmee ik ben beladen
Maak licht den last waarmee ik ben beladen. Verberg voor ’s menschen oog mijn euveldaden. Laat mij vandaag gelukkig zijn; en morgen Schik mij het goede toe van Uw genade.
Vannacht aan ’t water met mijn lief genoot
Vannacht aan ’t water met mijn lief genoot, Brandde de wijnkelk met een pracht zóó groot, Dat zons voorrijder opgeschrikt ontwaakte En riep: sta op! ik zie het morgenrood!
Nooit drong men door tot waar de rozen stonden
Nooit drong men door tot waar de rozen stonden, Zonder te voelen dat de doornen wondden. Pronkt er wel ooit een kam in liefstes haar, Eer hij door honderd breuken is geschonden?
Daar zullen eens al de beminden zijn
Daar zullen eens al de beminden zijn Bevrijd van zorg, ontledigd van de pijn. Die hier den beker Zijner liefde dronken, Zijn daar gestild en zalig door Zijn wijn.
Open de poort, want Gij zijt de portier
Open de poort, want Gij zijt de portier. Wijs mij den weg, o Gids, door aards revier. Ik leg mijn hand alleen in Uwe hand. Allen vergaan, maar Gij blijft eeuwig hier.
Kent gij de schijngestalten van den wijn?
Kent gij de schijngestalten van den wijn? Zuur voorjaars; zoet door zomerzonneschijn; Zwaar gouden in den herfst; waarom verbaast ge u? Viool en fluit snijdt één mes uit één pijn.
Schoon en afschuwelijk is hun gelijk
Schoon en afschuwelijk is hen gelijk, Zij vragen niet naar hel of hemelrijk, Zij voelen niet, de waarlijk minnenden, Den steenen peluw of de zijden tijk.
Het sein
Niemand hoeft meer in ’t donker gaan, Wijl overal Uw lampen staan. Een hart, door U ontstoken, zal Naar Uw bevel zeer helder vlammen, In stegen, aan het eind van dammen, En voor paleizen in verval. Wanneer de schaduwen de