Brieven van overzee: uit aller heeren Landen loopen de tijdingen in: Jk werk, gezond, met lust en gewin.” Ik jaag nog naar mijn allerzoetst begeeren. ” Zij, die schat wonnen of hun wensch ontberen, Allen schrijven den klagenden zin:
Tag: gedicht aanwezig
Verlangen
Ik heb zo lang op u gewacht En nergens heil of heul gevonden. Ergens lachte het zoet en zacht . Ach, zonder u is alles zonde. Ergens lachte het zoet en zacht Ik weet wel, dat ik blij zijn konde, Als
Wereldsch liedje
Wat is het goed, naast je te staan En door je haar te strelen Glimlachend laat je mij begaan Met “’t kinderachtig spelen” Mijn hand vindt op zijn vromen tocht Je ooren en je wangenn, Heeft, u die vleier, vóór
O lief, de nachtegaal zingt zijn gezang
O lief, de nachtegaal zingt zijn gezang. Hij hield mij uit den slaap veel nachten lang. Glimlachend leg uw handen op harts bonzen. Dees heerlijkheid valt elk alleen te bang
Ik denk slechts aan uw zuiver aangezicht
Ik denk slechts aan uw zuiver aangezicht. Uw leden blank en kuisch als manelicht. De smettelooze koelheid van hun veeren Sluite’ om harts goed de struische zwanen dicht
Gij hebt ter wereld zooveel schoons geschapen
Gij hebt ter wereld zooveel schoons geschapen. Hoe fel ik leef, ‘k kan al uw vreugd niet rapen. Gun mijn verdoolde zinnen eindlijk rust. Laat mij één nacht lang en gelukkig slapen.
God! zijn de nachten dan bestemd tot waken?
God! zijn de nachten dan bestemd tot waken? Wat kunt Ge ons plotseling rampzalig maken. Een woord, een lach, een onbewust gebaar, Wij hooren liefdes broze heemlen kraken.
God doet de sterren aan de lucht ontvonken
God doet de sterren aan de lucht ontvonken. Ik ben van zoete liefde dwaas en dronken. Hoe kom ik door dit zoele donker thuis! Mij werd de wijn te schuimend ingeschonken.
Wat haten wij den nuchtren witten morgen
Wat haten wij den nuchtren witten morgen. We ontwaken met gedachte’ aan duizend zorgen. Waarom niet droomen, tot wij als een schat, In doods fluweel foudraal zijn weggeborgen?
O heerlijkheid der blauwe zomernacht
O heerlijkheid der blauwe zomernacht, Wanneer het warm en zacht uit ’t donker lacht. Er gaat een beven door de heele wereld, Of zij haar zaligen verlosser wacht.