In: De Gids. Jaargang 90 (1926) De dag verduisterde over ’t meer De malve bergen brandden wijd. Het glitsend water, heinde en veer, Glimpte van vlugge zilvrigheid. Daar schoot de visch op glanzen vin De hoogten en de diepten in.
Tag: gedicht aanwezig
Motto
Het gansche schepsel zucht, verwachtende als met opgestoken hoofde de openbaring der kinderen Gods. Paulus Inquietum est cor nostrum, donec requiescat in te. Augustinus Augusto sacrum 1930
De Heilige Sebastiaan
Dit gedicht verscheen in Maandblad gewijd aan de beoefening der letterkunde van 2 april 1914, getiteld De Heilige Sebastiaan. Hans Werkman citeert het gedicht in zijn boek Mérode en de jongens ten dele. Ook ingekort is het nog een vrij
Rabbijnen
Zij staan te zingen, en wiegen de Wet als een kind in hun armen, en de woestijn Strekt zich rondom en ’t doodsch verlaten zijn Van de heilige Sinaï; ontzet Hen niet het opgeslorpt zijn door de wolk Die de
Egypte I, II
I Ik stel mij voor, dat ik een jodenjongen Was in Egypte, en de goden zag, En koningen met den verboden lach, En danseressen die vervoerend zongen En wiegelden bij ’t hooge dunne koeren Der fluit: een Iang getrokken zilverdraad;
Simon Stylitus I, II
I Hij trok zoo strak den gordel om zijn lendnen, Dat deze Iangzaam ’t voddig kleed doorsneed, De huid aanvrat en als een vuur zoo wreed Brandde in het zieke vIeesch, en ongekende Verzoekingen en wellust in hem wrocht. Toen
Hadewych
Wie kan dit hongeren verdragen En blijven blijde en welgemoed? O Minne, uw goddelijke vlagen Zijn zaliger hoe meer gij woedt. Gaarne betaal ik alle dagen Met smart en smaad uw kostlijk zoet. Zij mogen ’t schelden ‘Huis der vreugden’
De geboorteheilige
Eerst toen hij dood was, en men hem vergat, Begon het wonder; kindren hoorden fluistren Boven zijn graf als het begon te duistren. En ’s morgens was het gras zoo groen en glad En bIoemdoorspikkeId of een lentedauw Met zon
Henri Quatre
Hij was de eerste jolige christen. Hij ging met zijn hof psalmzingend ter jacht, Had maling aan protestant en papisten, En was te arm voor een vorstlijke dracht. Hij droeg: een verkleurd buis en batisten Jabots, en Iaarzen met versleten
Jeroen Bosch
Hij werd bezocht door duivelen en spoken. Afschuwlijker dan in de diepzee Ieeft Is het gebroed dat om hem zwemt en zweeft. Hij weet niet meer, dat hij met witte knoken Zich vastklemt, maar ziet de eigen adem ronken Van