Toen de avond de kamer innam, Werd de spiegel met licht gevuld. De brief, die ik niet meer lezen kon, Glansde koel als het zachte gezicht Van een kalm gestorvene, Wiens lippen een vleug warmte vasthouden Om onze laatste kus
Tag: gedicht aanwezig
Genezing
Dagen zijn gegaan, nachten gekomen, Duisternissen verdreven, en de wind Heeft ergens bleeke lichtgolven genomen En mijn oogen aangewaaid; en opnieuw begint Dit vreeslijk ademhalen, en het luwen Der jaargetijden draagt mij in zijn schoot. En ik voel mij overwentelen
Na de bui
Voor Jaaps 19e verjaardag op 19 mei 1926 De bui was nog niet afgedreven, Toen wij bedroefd den tuin in gingen, Waar afgerukt de rozen dreven En hulploos in de struiken hingen. Het bitter geuren der seringen Heeft zich met
Het verdriet
Ik heb gewerkt, ik heb gebeden, Ik heb geworsteld met ’t verdriet, Ik heb gebogen als het riet, en soms heb ik ’t met laffe vlucht gemeden. Nu stelt ’t zich ondoordringbaar voor mijn staren Als van de nacht het
Het kerkboek
Gij zijt een groote groene weide Met bloemen die nooit minderen. De kindren dartelen er blijde, En God ziet gaarne kinderen. Gij zijt een boschje, als vink en lijster Zingt ’t volk, gedachtloos van genot. En is men soms de
Zomeravond
Naar bloemen ruikt de tuin en fruit, Het veld naar ’t versche hooi. Het volk komt traag de huizen uit. Het weer is stil en mooi. Ze zitten wippend met hun stoel Te praten voor de deur. Hun woorden gaan
De tamme tuindistel
Hier zal ik welig wassen, En iedereen verrassen Met uitgewaaiden kam, Heet als een vlam. Een keizer in het purper, Zal ik zons wijnen slurpen; De lekkernij van ’t kruid Valt mij ten buit. Het koninkrijk der rozen Heeft uit,
Ik mat van dag en nacht…
Ik mat van dag en nacht Het licht en donker laken, Een luttle spanne langs Der eeuwigheden el. En vroeg: wat moet ik van Dit snipperlapje maken? ‘Uw altoosdurend kleed,’ Sprak Hij, ‘en maak het wel.’
Tsjaikofski’s symphonic pathetique en Van der Weyden’s Philippe de Croy
Ter herinnering aan Maandagavond 4 Oct. 1926 De zaal lag schemerig en heet En het publiek hijgde als een dier, Dat sterven vreest, en, vreezend, schier Het moeizaam ademen vergeet. Want als een oerbegin van leed en vreemde onbegrepenheid Steekt
Lees meer Tsjaikofski’s symphonic pathetique en Van der Weyden’s Philippe de Croy
Brussel I
Groote Markt Gul en kunstzinnig is het volk geweest, Statig van bouw en prachtig blauw van oogen, Die gretig-wijd het gouden zonlicht zogen, Geestig van zin en zinnelijke van geest Hun huizen zijn als vrouwen op een feest, Voornaam en