De narcis

De wereld werd zeer zuiver en zeer groot, Toen schemering de bleeke lucht vervulde. En liefelijker vlamde de vergulde Bloem in het donker hoekje bij de sloot. Er zijn maar enkelen die haar genaken, Zij lokt niet en zij weert

Venezia

Hier heeft het leven nog den zachten glans Van nutteloos in schoonheid te verstralen. Wat laat de lucht hier zuiver ademhalen! Op nieuw geluk geeft iedre dag een kans. En zaalger is de nacht hier dan een mans Gelaat, die

Via Appia

Dit is de weg der heilge martelaren, De via sacra van den heldendood. Gods helgeheim doorlichtte hen zóó rood Dat zij straks Zijn gewijde kaarsen waren. In nachten grondloos hel en welig koel Hieven de zwarte pijnen hun contouren De