Ik was tot ongevoelige aard geworden. God zweefde nader en hij vormde een beeld. ‘k Weet nu nog hoe zijn scheppende adem streelt. ’t Was of er kevers door mijn donker snorden. ‘k Werd los en lichter, want de loome
Tag: gedicht aanwezig
Slaap I, II
I Kon ik maar slapen, Slaap, u roep ik aan! Waar groeit uw diepverdoovende papaver? Ik hoor, ontzet, met ratelend gedaver, De sterren door de ruime heemlen gaan. De aarde draait grommend als een groote tol. Ik voel haar cirkels
‘k Benijdde menigmaal…
‘k Benijdde menigmaal de stille dooden, En nu ik krank ben, bid ik: Heer, nog niet. Laat mij niet sterven in dit wreed verdriet. Gun mij uw heil, want ik heb vreugd van nooden. Geen feesten, die de wangen koortsig
Dood! dacht ik …
Dood! dacht ik, maar Gij zeidet: ,,Leven!” Och, waarom moet ik leven, Heer! Wijl Ik uw laten bloei begeer, Rozen, die op Mijn adem beven. Ik wil u dwingen om te geven Bloeds zware donkerpaarse pracht. En door het glanzen
De narcis
De wereld werd zeer zuiver en zeer groot, Toen schemering de bleeke lucht vervulde. En liefelijker vlamde de vergulde Bloem in het donker hoekje bij de sloot. Er zijn maar enkelen die haar genaken, Zij lokt niet en zij weert
Met minnen hebt gij …
Met minnen hebt gij mijn gemoed gewond! O lief, ik heb alleen naar u gezocht. Jarenlang volgde ik ’t dwalen uwer voeten, Of gij u eindlijk naar mij wenden zoudt. O, de oogen toe, mijn hoofd te mogen leggen Aan
Reegnen de sterren…
Reegnen de sterren smeltend uit den hemel? Spatten komeeten laaiend uit elkaar? Mat-gouden stralen vallen, sierlijk boogend, Of uit den hemel men Gods kostbren wijn Naar opgeheven donkre bekers goot, Die volgeschonken, met een kop van schuim Even opsproeiend glinstren,
Haarlem I-VII
I Heersch over alle stadsherinneringen II En daadlijk komen de herinneringen III Sint Bavo Zij zongen telkens weer dezelfde fraze, IV Ik word uit droom en werk opeens gewekt, Omdat uw schaduw mijn gezicht bedekt. En dit is ’t, wat
Venezia
Hier heeft het leven nog den zachten glans Van nutteloos in schoonheid te verstralen. Wat laat de lucht hier zuiver ademhalen! Op nieuw geluk geeft iedre dag een kans. En zaalger is de nacht hier dan een mans Gelaat, die
Via Appia
Dit is de weg der heilge martelaren, De via sacra van den heldendood. Gods helgeheim doorlichtte hen zóó rood Dat zij straks Zijn gewijde kaarsen waren. In nachten grondloos hel en welig koel Hieven de zwarte pijnen hun contouren De